Gepensioneerden met een lager inkomen die arm zijn of moeilijk rond kunnen komen

Publicatiedatum:
11 Juni 2019
2019Z11692

Het betreft hier een Kamervraag,
behorend tot de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Download kamerstuk
Officiele link


2019Z11692


Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over gepensioneerden met een lager inkomen die arm zijn of moeilijk rond kunnen komen (ingezonden 11 juni 2019)

  1. Kunt u een zo actueel en volledig mogelijk getalsmatig beeld geven van armoede en (mogelijke) financiële nood onder ouderen en gepensioneerden met een laag inkomen? Kunt u dit beeld uitsplitsen voor de leeftijdscohorten van 55-65 jaar, 65-75 jaar en 75 jaar en ouder?
  2. Heeft u een verklaring voor het feit dat een derde van alle gepensioneerden, te weten 53% van de gepensioneerden met een netto huishoudinkomen van maximaal €2000, en 61% van de huishoudens met alleen een AOW-uitkering, moeite heeft om rond te komen? 1) Zo nee, bent u bereid te laten onderzoeken waarom in totaal circa één miljoen gepensioneerden moeite hebben om rond te komen?
  3. Onderschrijft u de uitspraak van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), dat een inkomen dat alleen bestaat uit een AOW-uitkering, “niet als voldoende wordt gezien”? Wat is daarvan de oorzaak? Kunt u uw antwoord motiveren?
  4. In hoeverre heeft de AOW-uitkering de afgelopen 20 jaar de welvaartsontwikkeling (groei van het bruto binnenlands product bbp) gevolgd? Hoe hebben de vaste (woon)lasten en de lokale lasten zich (macro) in deze zelfde periode ontwikkeld? Kan dit alles weergegeven worden in één grafiek? 2)
  5. Deelt u de visie van het Nibud dat gepensioneerden met lagere inkomens veel minder ruimte hebben om (hoge) zorguitgaven op te vangen en dat de eigen betalingen voor zorg aan gepensioneerden met lagere inkomens (grotendeels) vergoed moeten worden en blijven?
  6. Bent u van mening dat met het onderzoek dat het Nibud jaarlijks doet voor een tiental gemeenten, voldoende duidelijkheid bestaat over het effect dat de gecombineerde landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen hebben op de positie van (ouderen-)huishoudens met een laag inkomen? Kunt u uw antwoord motiveren?
  7. Vindt u het acceptabel dat een alleenstaande gepensioneerde met een besteedbaar inkomen van €1500 gemiddeld 29% van zijn inkomen kwijt is aan huur/hypotheek, terwijl een jongere alleenstaande met een besteedbaar inkomen van €2000 hier gemiddeld 22% van zijn inkomen aan kwijt is? 3) Kunt u uw antwoord motiveren?
  8. Vindt u het te billijken dat gepensioneerden met een laag inkomen een groter deel van hun inkomsten kwijt zijn aan noodzakelijke uitgaven, zoals woonlasten en voeding? 4) Kunt u uw antwoord toelichten?
  9. Erkent u dat in bepaalde categorieën 5) woon-/zorgsituaties de Alegemene Ouderdomswet (AOW) als basisvoorziening - inclusief mogelijke gemeentelijke voorzieningen en –aanvullingen -, in de praktijk toch nog ruim onvoldoende kan zijn? Zo ja, hoe moeten deze mensen, kijkend naar enkele door KBO-Brabant gepresenteerde niet sluitende voorbeeldbegrotingen 6), de eindjes aan elkaar knopen, als het vangnet van overheden tekort schiet? Wat gaat u doen om dit soort gevallen te helpen?
  10. Bent u bereid te onderzoeken hoe groot deze betreffende groep gepensioneerden is? Bent u bereid te analyseren voor welke categorieën gepensioneerden de AOW als basisvoorziening, inclusief gemeentelijke regelingen, onvoldoende kan zijn, om na te gaan om hoeveel mensen het gaat, en om indien nodig passende maatregelen te nemen om deze groepen tegemoet te komen?
  11. Bent u van mening dat de lokale overheid er in voldoende mate is en kan zijn voor (oudere) inwoners, om aanvullend maatwerk toe te passen waar dat nodig is? 7)
  12. Kan gesteld worden dat (bepaalde) onvermijdbare uitgaven (voor zorg en wonen) slechts te bekostigen zijn voor mensen met alleen een AOW-uitkering, als sprake is van voldoende ondersteuning door de gemeente? 8) Bestaat er zekerheid dat alle gemeenten die toereikende inkomensondersteuning ook daadwerkelijk (kunnen) bieden? Kunt u uw antwoord motiveren?
  13. Deelt u de mening van gemeenten dat kwijtschelding van gemeentelijke belasting een belangrijk instrument is in de gezamenlijke strijd tegen armoede, en het voorkomen van schulden? 9)
  14. Is u bekend dat gemeenten geen belasting van mensen met lage inkomens mogen kwijtschelden als er spaargeld van enige betekenis is, en dat daardoor ontmoedigd wordt dat mensen die het al krap hebben een buffertje opbouwen voor tegenvallers, of geld opzij kunnen zetten voor een fatsoenlijke begrafenis? 10) Vindt u dit moreel te verantwoorden? Kunt u uw antwoord motiveren?
  15. Is u bekend dat de gemeente Helmond hogere normen voor kwijtschelding hanteert dan het netto bedrag van de AOW? Wat vindt u ervan dat deze gemeente kennelijk oordeelt dat de AOW-uitkering niet toereikend is om ook de gemeentelijke lasten te dragen? Dient de hoogte van de AOW-uitkering niet aangepast te worden, zodat alle gebruikelijke vaste lasten, waaronder gemeentelijke lasten, gewoon gedragen kunnen worden door de AOW-gerechtigde?
  16. Is het waar dat verruiming van de vermogensnorm voor het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen al sinds 2011 in principe wettelijk mogelijk is, maar niet geëffectueerd is omdat geen "nadere regels" zijn gesteld om gemeentelijke overheden de bevoegdheid te geven om bij het uitvoeren van de vermogenstoets uit te gaan van maximaal de vermogensnorm in de Participatiewet? Bent u alsnog bereid samen met de minister van Binnenlandse Zaken deze nadere regels te stellen, zoals de Grote Steden, Nibud en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden vragen? Zo nee, waarom niet?
  17. Bent u bereid de vermogensnorm (thans: € 992 voor alleenstaanden en € 1.417 voor echtparen) in ieder geval fors te verruimen? Zo nee, waarom niet?
  18. Deelt u de mening dat een overkoepelend betrouwbaar beeld van de toereikendheid van (aanvullende) gemeentelijke minimavoorzieningen (voor ouderen) ontbreekt? Bent u bereid de effectiviteit van gemeentelijk beleid, bedoeld om (ouderen)huishoudens die te maken hebben met hogere uitgaven via maatwerk te ondersteunen in samenspraak met de VNG beter en structureel in beeld te brengen? 11)
  19. Kunt u puntsgewijs grondig ingaan op de zeven aandachtspunten met toelichtingen, die KBO-Brabant noemt met betrekking tot ouderen met een laag inkomen, die niet uitkomen met hun AOW? 12)
  20. Bent u bereid de concrete suggesties van KBO-PCOB over te nemen om armoede en financiële krapte bij ouderen en gepensioneerden met een laag inkomen terug te dringen, te weten:1. beleid voor oudere werklozen (leven lang ontwikkelen; aanpak vooroordelen en tekortschietende investeringsbereidheid van werkgevers in oudere werknemers); 2. handhaven van de leeftijdsgrens van 60 jaar voor de IOW, en verder continueren van de regeling; 3. extra middelen voor armoedebestrijding, ook voor 55-plussers; 4. terugdringing van zorgkosten; 5. goede voorlichting over beschikbaarheid van bestaande toeslagen en minima-regelingen? Kunt u ingaan op de individuele suggesties van KBO-PCOB?

  21. Erkent u dat de groep 50-plussers die werkloos raakt 13), aangewezen is op een IOAW-uitkering en een partner heeft met een klein inkomen of een uitkering, grote kans heeft om door de "partnertoets" in financiële problemen te komen? Erkent u dat dit probleem alleen nog maar groter zal worden als de betreffende werkloze 50-plussers na 1 januari 2020 niet meer in aanmerking komen voor de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW), maar aangewezen raken op de bijstand, die in tegenstelling tot de IOAW ook een vermogenstoets kent? Wat gaat u doen om deze kwetsbare groep ouderen tegemoet te komen en te beschermen tegen een mogelijk grote inkomensval?
  22. Vindt u dat werkloze 50-plussers de extra bescherming van de IOAW ondanks de relatief slechte arbeidsmarktsituatie voor ouderen niet meer nodig hebben? Kunt u uw antwoord motiveren?
  23. Deelt u de mening dat het louter kijken naar het "sluitend zijn" van voorbeeldbegrotingen van Nibud geen antwoord kan geven op de vraag in hoeverre de 175.000 gepensioneerde huishoudens die een AOW-uitkering ontvangen met een aanvullend pensioen van minder dan €1000 rond kunnen komen, zeker in specifieke woon- , leef-, en zorgomstandigheden, zoals genoemd in de vragen hierboven?
  24. Deelt u de mening, dat er meer woon-, leef- en zorgsituaties voorkomen waarin mensen met een AOW-uitkering zonder of met een klein aanvullend pensioen, niet kunnen rondkomen als zij kritisch kijken naar de maandelijkse inkomsten en uitgaven (bijvoorbeeld vaste afschrijvingen aan abonnementen, verzekeringen etc)? 14)
  25. Kunt u onderschrijven 15) dat de 325.000 55-plussers met een migratiegrond financieel één van de meest kwetsbare groepen in de Nederlandse samenleving vormen, dat 16% van de niet-westerse migranten in armoede leeft en dat van de niet-westerse migranten- 65-plussers ruim 40% onder de armoedegrens leeft? Vindt u dit sociaal aanvaardbaar? Kunt u uw antwoord motiveren?
  26. Bent u bereid de relatief grote armoede onder mensen met een migratiegrond substantieel terug te dringen, en kunt u ingaan op de concrete suggesties die de Nederlandse Organisaties voor Oudere Migranten (NOOM) hiervoor doen? 16)
  27. Deelt u de mening dat de suppletie van een onvolledige AOW-uitkering met een AIO-uitkering (slechts tot bijstandsniveau), met toepassing van de kostendelersnorm, de kans op armoede vergroot, vooral voor mensen met een migratieachtergrond, en niet bijdraagt tot het verlenen van mantelzorg, en het langer thuis blijven wonen van betreffende ouderen? Zo nee, hoe vindt u dit alles sociaal te rechtvaardigen?
  28. Bent u bereid actief en gericht te bevorderen, dat ouderen met een migratieachtergrond meer gebruik gaan maken van beschikbare regelingen om het inkomen te ondersteunen teneinde onderbenuttingen van regelingen en voorzieningen tegen te gaan?
  29. Wat gaat u nu en in de nabije toekomst doen om het AOW-gat, dat mede oorzaak is van financiële krapte bij gepensioneerden, te repareren?
  30. Deelt u de visie van het Nibud 17) dat wij, ter voorkoming van armoede onder ouderen, er zeker voor moeten zorgen dat ook zelfstandigen automatisch geld opzij (blijven) zetten als aanvulling op de AOW? Zo ja, hoe gaat u dit bevorderen?
  31. Deelt u de visie van het Nibud dat (alle) werkenden standaard pensioen zouden moeten opbouwen en dat hier alleen van afgeweken zou moeten kunnen worden als men kan aantonen na pensionering voldoende inkomen te hebben voor alle uitgaven? Indien u deze visie niet deelt, waarom niet?

  32. Wanneer is de toereikendheid van het sociaal minimum en het geheel van generieke en lokale inkomensondersteunende regelingen voor het laatst systeembreed geëvalueerd? Bent u bereid het wettelijk brutominimumloon (WML) waaraan onder meer de AOW gekoppeld is, en het daarvan afgeleide sociaal minimum, en de toereikendheid daarvan te evalueren? Zo ja, wanneer en hoe gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?

1) Positionpaper Nibud voor rondetafelgesprek Tweede Kamer ‘Armoede onder ouderen’. P.1.

2) Positionpaper FNV voor rondetafelgesprek Tweede Kamer ‘Armoede onder ouderen’ d.d. 27 mei 2019

3) Positionpaper Nibud voor rondetafelgesprek Tweede Kamer ‘Armoede onder ouderen’, p. 4.

4) Positionpaper Nibud voor rondetafelgesprek Tweede Kamer ‘Armoede onder ouderen’, p. 4.

5) Zie Positionpaper van KBO-Brabant, ‘Zeven aandachtspunten ten behoeve van het rondetafelgesprek over Arme Ouderen d.d. 3 juni 2019’, Hans van Dijk, Cliëntondersteuner Gemert-Brakel, namens KBO-Brabant en PVGE.

6) Zie voorbeeldbegrotingen, genoemd in bijlage 3 van de Inbreng van KBO-brabant ten behoeve van het rondetafelgesprek Arme ouderen d.d. 3 juni, p. 10 e.v.

7) Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken, ‘Gepensioneerden met alleen een AOW-uitkering’, d.d. 21 mei 2019. P. 3, laatste alinea.

8) Positionpaper Nibud voor ronde tafelgesprek Tweede Kamer ‘Armoede onder ouderen’, p. 6.

9) Brief van 29 januari 2019 van de G-4 en de G-40 ‘Vermogensgrens bij kwijtschelding gemeentelijke belastingen’.

10) Volkskrant van 14 februari jl.: ‘Grote steden roepen op: geef armlastige huishoudens méér ruimte om buffertje op te bouwen’. De vier grote gemeenten willen deze mensen tegemoet komen door een klein beetje spaargeld toe te staan zonder ze daarom meteen te korten op uitkeringen. ‘Zodat bijvoorbeeld AOW’ers geld kunnen sparen voor een fatsoenlijke begrafenis.’

11) Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken, ‘Gepensioneerden met alleen een AOW-uitkering’, d.d. 21 mei 2019.

12) Positionpaper van KBO-Brabant, ‘Zeven aandachtspunten ten behoeve van het rondetafelgesprek over Arme Ouderen d.d. 3 juni 2019’, Hans van Dijk, Cliëntondersteuner Gemert-Brakel, namens KBO-Brabant en PVGE.

13) Positionpaper / bijdrage van oudere werkzoekende A.V voor rondetafelgesprek over Arme Ouderen.

14) Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken, ‘Gepensioneerden met alleen een AOW-uitkering’, d.d. 21 mei 2019.

15) Positionpaper van de Nederlandse organisaties van oudere Migranten voor het rondetafelgesprek Arme ouderen van 3 juni 2019, d.d. 29 mei 2019.

16) Positionpaper van de Nederlandse organisaties van oudere Migranten voor het rondetafelgesprek Arme ouderen van 3 juni 2019, d.d. 29 mei 2019.

17) Positionpaper Nibud voor rondetafelgesprek Tweede Kamer ‘Armoede onder ouderen’, p. 8.


contact: info@tweedemonitor.nl of @tweedemonitor
Wijzig cookie instellingen