Antwoord op vragen van de leden Wiersma en Nijkerken-de Haan over het bericht “VNO wil UWV-lijsten openbaar"


Gegevens

Publicatiedatum: 15 Mei 2018
Nummer: 2018D28199
Soort: Reactie op kamervraag

Informatie


Indiener(s): Wouter Koolmees Tamara van Ark
Gericht: Dennis Wiersma Chantal Nijkerken-de Haan
commissie: Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Download link: Klik hier voor het document

Gekoppelde kamervragen


Het bericht ‘VNO wil UWV-lijsten openbaar’ (23 Maart 2018)

2076

Vragen van de leden Wiersma en Nijkerken-de Haan (beiden VVD) aan de

Minister en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het

bericht «VNO wil UWV-lijsten openbaar» (ingezonden 23 maart 2018).

Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en van

Staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen

15 mei 2018).

Vraag 1

Bent u bekend met artikel «VNO wil UWV-lijsten openbaar»?1

Antwoord 1

Ja, wij hebben kennisgenomen van de inhoud van het bericht.

Vraag 2 en 3

Deelt u de mening dat er een «mismatch» is op de arbeidsmarkt, dat wil

zeggen dat het nog onvoldoende lukt om de genoemde miljoen openstaande

vacatures te matchen aan bijvoorbeeld mensen die al, soms langdurig, aan

de kant staan, de zogenaamde 1,2 miljoen «spoorwerklozen»?

Hoe duidt u de kritiek dat werkgevers met openstaande vacatures aankloppen

bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en gemeenten,

maar zij vervolgens geen sollicitanten kunnen leveren?

Antwoord 2 en 3

We staan er economisch goed voor. Dat biedt mensen met een uitkering die

kunnen werken betere kansen op werk. Dat is ook te zien aan de dalende

cijfers van het aantal werklozen. Tegelijkertijd leiden de positieve ontwikkelingen

op de arbeidsmarkt tot een krappere arbeidsmarkt in sommige bedrijfstakken.

Het is hierbij goed om onderscheid te maken tussen werklozen en personen

met een uitkering. Het CBS geeft aan dat er een arbeidspotentieel is van 1,2

miljoen mensen. Dit is een zeer gemêleerde groep. Deels van mensen met

een uitkering vanuit de WW (ondersteuning UWV), bijstand (ondersteuning

gemeenten) of een andere uitkering. En deels mensen zonder uitkering,

waaronder een groot aantal deeltijders die meer uren zouden willen werken.

Het aantal mensen met een uitkering daalt en met name bij de WW is er

sprake van een grote dynamiek in het uitkeringenbestand als je naar de in- en

uitstroom kijkt. Veel mensen vinden zelf werk na korte of langere tijd. De

dienstverlening vanuit UWV en gemeenten in het verstrekken van uitkeringen

en re-integratie naar de arbeidsmarkt ziet derhalve niet op het gehele

arbeidspotentieel van 1,2 miljoen mensen. Daarnaast is duidelijk dat er geen

sprake kan zijn van een uniforme aanpak.

Het voorgaande neemt niet weg dat de kansen die de aantrekkende economie

biedt om de moeilijk te vervullen vacatures te vervullen wel zullen moeten

worden opgepakt. Dat vergt van elk van de betrokken partijen een bepaalde

inzet. Werkzoekenden hebben ten eerste een eigen verantwoordelijkheid bij

het zoeken naar werk. Gemeenten en UWV ondernemen acties om hun

bestand beter te kennen en de werkgevers zoveel mogelijk te ondersteunen.

Tenslotte is de bereidheid van werkgevers om banen beschikbaar te stellen

en aan te passen voor onder meer de doelgroep Participatiewet cruciaal.

Wij delen uw zorg betreffende mismatches op de arbeidsmarkt. Zo is er een

overschot aan werkzoekenden in de administratieve sector, terwijl andere

sectoren zoals de techniek en transport kampen met een tekort aan personeel.

In meerdere Kamerbrieven wordt hier aandacht aanbesteed [1]

. Daarnaast

zijn wij bezig met een reactie op de motie van Weyenberg c.s. [2] waarin voor

1 juni wordt gevraagd om een Aanvalsplan tegen krapte. Hierin gaan we ook

nader in op de analyse van de mismatch.

Werkgevers en werknemers zijn bij het realiseren van een goede match op de

arbeidsmarkt zelf als eerste aan zet. Daarnaast ligt er ook een belangrijke rol

voor gemeenten en UWV. Zoals ook in het navolgende antwoord is aangegeven,

zijn er verbeteringen mogelijk in de activiteiten die UWV en gemeenten

reeds ondernemen om mensen aan een baan te helpen, vacatures te

vervullen en zodoende bij te dragen aan het overbruggen van de mismatch.

De arbeidsmarktregio is veelal het meest geëigende niveau waarop werkgevers

en werkzoekenden, met de juiste ondersteuning, gematcht worden. Dat

vergt dat gemeenten en hun SW-bedrijven en UWV samen met andere

partijen zoals onderwijspartners en private intermediairs in de arbeidsmarktregio’s

samenwerken in hun dienstverlening aan werkgevers. Werkgevers

kunnen op deze wijze worden ontzorgd bij hun zoektocht naar personeel en

bij vragen en informatie over de arbeidsmarkt.

Met het programma «Matchen op Werk» zet het Ministerie van SZW zich,

samen met de landelijke en regionale partners, in op het versterken van de

gecoördineerde werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s, zodat

vraag en aanbod beter bij elkaar komen. Hierbij wordt onder andere aandacht

besteed aan de uitwisseling van matchingsgegevens, zodat de juiste

kandidaat door gemeenten en UWV aan de werkgever voorgedragen kan

worden. De Staatssecretaris zal uw Kamer na de zomer informeren over de

stand van zaken van programma Matchen op Werk.

Een belangrijke voorwaarde voor de juiste match tussen werkgever en

werknemer is dat UWV en gemeenten de werklozen kennen en weten wie zij

zijn. UWV heeft alle mensen met een uitkering van UWV in beeld. De meeste

mensen kunnen zelf werk vinden, UWV richt zich met name op het begeleiden

van mensen met een grotere kans op langdurige werkloosheid. Om juist

deze minder kansrijke groep te ondersteunen investeert dit kabinet 70 miljoen

euro extra in de intensivering van de persoonlijke dienstverlening in de WW,

WGA en Wajong. Voor de persoonlijke dienstverlening in de WW betreft dit

een verdere uitbreiding van de dienstverlening die vanaf 2016 is opgezet [3]

.

Het gaat hierbij om persoonlijk contact en hulp door bijvoorbeeld coaching

gesprekken, trainingen, webinars of het volgen van de cursus «Succesvol

naar werk». Voorts wordt vanuit het actieplan Perspectief voor vijftigplussers

onder meer geïnvesteerd in meer persoonlijke ondersteuning van oudere

werkzoekenden. Ook is eenmalig 30 miljoen euro voor 2018–2020 beschikbaar

gemaakt voor scholingstrajecten voor WW-gerechtigden met een kwetsbare

positie op de arbeidsmarkt naar kansrijke beroepen. Op deze manier worden

vraag en aanbod dichter bij elkaar gebracht.

Voorts organiseert UWV ook bijeenkomsten om vraag naar en beschikbaar

aanbod van werkzoekenden bij elkaar te brengen (zoals speeddaten), en

worden werkgevers ondersteund bij het aannemen van personeel. Een goed

voorbeeld daarvan is de samenwerking tussen Traffic Support en UWV die in

de afgelopen vijf jaar bijna 400 succesvolle bemiddelingen heeft opgeleverd

tot verkeersregelaar.

Ook gemeenten ondernemen acties om hun bestand beter te kennen door het

intensiveren van klantcontacten. De invoering van de Participatiewet heeft er

bij verschillende gemeenten toe geleid dat uitkeringsgerechtigden die al

langer een uitkering hebben opnieuw zijn gesproken [4]

. Op basis van CBScijfers

zien we dat afgelopen periode het aantal re-integratievoorzieningen

voor mensen in de bijstand is toegenomen. Deze voorzieningen worden ook

ingezet voor mensen die langdurig in de bijstand zitten [5]

.

Verder zijn in het interbestuurlijk programma (IBP) afspraken gemaakt met

onder andere de VNG voor de komende vier jaren om extra inzet te plegen

voor mensen die langdurig in de bijstand zitten. Voorbeelden van mogelijke

extra inzet zijn intensievere begeleiding door klantmanagers, verlaging van de

caseload en waar nodig het bieden van een specialistische aanpak. Met een

gezamenlijke inspanning van gemeenten en Rijk, UWV, private bemiddelaars

en onderwijspartners kunnen we deze mensen beter helpen en werkgevers in

staat stellen de juiste banen te bieden. Centrumgemeenten ontvangen via het

accres van het Gemeentefonds middelen om te investeren in de uitvoering.

Vraag 4 en 5

Wat wordt er op dit moment aan gedaan om dit inzicht zo goed mogelijk aan

werkgevers te geven en daarmee de «mismatch» aan te pakken?

Wat vindt u van het pleidooi van werkgevers dat meer inzicht in de kaartenbakken

van UWV en gemeenten helpt om mensen makkelijker aan het werk

te helpen? Bent u bereid de mogelijkheden voor een betere informatievoorziening

nader te onderzoeken?

Antwoord 4 en 5

Wij delen uw mening dat (meer) inzicht in het aanbod van UWV en gemeenten

helpt om werkzoekenden naar werk te begeleiden. Meermaals is met u

gedeeld dat gemeenten en arbeidsmarktregio’s intensief worden ondersteund

bij het inzichtelijk maken van hun kandidaten. Zo hebben centrumgemeenten

vorig jaar een financiële bijdrage ontvangen als stimulans om het aantal

gemeentelijke klantprofielen op het gewenste niveau te krijgen. Ook faciliteert

UWV gemeenten bij het invoeren van klantprofielen in de systemen van UWV

(en daarmee ook de Kandidatenverkenner banenafspraak) en kunnen

gemeenten eenmalig bij UWV een lijst opvragen met burgers behorend tot de

doelgroep banenafspraak.

UWV stimuleert WW-gerechtigden om een actueel en adequaat cv (openbaar)

op werk.nl te zetten. Momenteel heeft 85 procent van hen een cv geplaatst.

Voor een deel van de werkzoekenden is het plaatsen van een cv minder

relevant, bijvoorbeeld omdat zij al een baan hebben gevonden en de

WW-uitkering dient ter overbrugging van de periode tussen de twee banen

in. UWV ondersteunt werkzoekenden via de persoonlijke dienstverlening bij

het maken of verbeteren van hun cv. Werkzoekenden zonder uitkering kunnen

eveneens hun cv op werk.nl plaatsen. In totaal bevat werk.nl meer dan

470.000 cv’s.

Werkgevers hebben via werk.nl toegang tot het gehele bestand en kunnen

zoeken naar kandidaten die een openbaar cv hebben geplaatst, waar zij

meestal zelf direct contact mee kunnen opnemen. In totaal maakten 40.000

werkgevers het afgelopen jaar actief gebruik van hun account. Wij onderschrijven

het belang om de toegankelijkheid daarvan te waarborgen en waar

mogelijk te verbeteren.

Werkgevers die specifiek zijn geïnteresseerd in kandidaten met een grote

afstand tot de arbeidsmarkt die meetellen voor de banenafspraak, kunnen

hiervoor gebruik maken van de extra zoekmogelijkheid via de kandidatenverkenner

banenafspraak.

Wij laten ook dit jaar nog door middel van interviews met enkele gemeenten

inzichtelijk maken welke motieven en voordelen deze gemeenten zien om te

investeren in (meer) contact met inwoners die langer in de bijstand zitten. Dit

wordt gepresenteerd in een toegankelijk essay, waarmee goede praktijkvoorbeelden

worden gedeeld. Wij vinden het belangrijk dat gemeenten bijstandsgerechtigden

in beeld hebben, zodat maximaal kan worden meegedacht over

participatie naar werk of andere ondersteuning op maat.

De kans op werk wordt niet alleen vergroot door zicht te hebben op wie

(langdurig) werk zoekt, inzicht in wat deze mensen aan kwaliteiten meebrengen,

het ontsluiten van deze informatie, het bijeen brengen van partijen en

door aanvullende begeleiding en scholing. Ook werkgevers kunnen verantwoordelijkheid

nemen door bij het zoeken naar personeel over vooroordelen

heen te stappen wat betreft vijftigplussers en mensen met kleinere kansen op

de arbeidsmarkt. Het is bekend dat dit ook nog steeds een rol speelt. Verder

kunnen individuele werkgevers zelf bijdragen om aan het benodigde

personeel te komen door deelname aan speeddaten en andere matchingsbijeenkomsten

via werkgeversservicepunten. Andere mogelijkheden zijn het

deelnemen aan of initiëren van trajecten om vraag en aanbod dichter bij

elkaar te brengen door bijvoorbeeld scholing en door het bijstellen of

herschikken van functiewerkzaamheden en -eisen (bv jobcarving en van

schaap met 5 naar 4 poten).

Vraag 6

Herkent u zich in het beeld dat begeleiding naar een baan per gemeente

verschilt? Hoe kijkt u aan tegen de roep om meer uniformiteit? Hoe zou dit er

uit kunnen zien?

Antwoord 6

Gemeenten verschillen in hun aanpak, maar door deze vrijheid worden ook

mooie initiatieven ontplooid. Zo zien we in veel gemeenten juist nu veel

acties van de grond komen om hun bijstandsbestand beter te kennen door

het intensiveren van klantcontacten. Het gaat dan niet alleen om betere

informatie in het bijstandsbestand, maar om meer en intensiever persoonlijk

contact. We moedigen de gemeenten graag aan hierbij van elkaar leren. Wij

laten daarom dit jaar nog een onderzoek uitvoeren naar hoe gemeenten

mensen die al langdurig in de bijstand zitten weer naar werk begeleiden en

welke onderdelen hiervan succesvol zijn. We hopen dat andere gemeenten

zich zullen laten inspireren door deze voorbeelden. Ook willen we kijken waar

uniformering een meerwaarde kan hebben. Zo vragen werkgevers om

eenduidige en herkenbare dienstverlening door UWV en gemeenten,

bijvoorbeeld ten aanzien van de loonwaardebepaling.

Vraag 7 en 8

Deelt u de mening dat het essentieel is dat, zowel UWV als gemeenten,

actuele informatie in hun kaartenbakken hanteren als het gaat om arbeidsverleden,

kwalificaties (verder dan beroepsvaardigheden) en mogelijk ontwikkelperspectief,

al dan niet met behulp van scholing?

Deelt u de mening dat er alles aan gedaan moet worden om inzicht te krijgen

in actuele en juiste informatie over de mensen die langs de kant staan, ook

richting de werkgevers?

Antwoord 7 en 8

Zie hiervoor het antwoord bij de vragen 4 en 5.

Vraag 9 en 10

Bent u bereid de «kandidaatverkenner», die specifiek ontwikkeld is voor de

doelgroep banenafspraak, breder beschikbaar te stellen, waardoor het aanbod

van kandidaten ook buiten de doelgroep inzichtelijk en beschikbaar wordt?

Vraag 10

Kunt u aangeven wat de voortgang is van motie-Nijkerken-de Haan c.s.

(Kamerstuk 34 775-XV, nr. 34), waarin gevraagd wordt te onderzoeken of een

doorontwikkeling van de «kandidaatverkenner» mogelijk is?

Antwoord 9 en 10

De kandidatenverkenner banenafspraak helpt bij het vinden van de juiste

persoon voor de juiste plek als het gaat om de bijzondere groep werkzoekenden

met een arbeidsbeperking. In het licht van het sociaal akkoord met

sociale partners is dit een goede zaak.

De kandidatenverkenner banenafspraak is enkel via werk.nl te benaderen. Op

werk.nl staan tevens alle cv’s van overige werkzoekenden. Werkgevers

hebben daardoor via één site toegang tot een zeer groot bestand van

werkzoekenden en hebben daarmee de mogelijkheid om breder te zoeken.

Daarmee vervult dit instrument al een bredere rol.

In het algemeen overleg over de Participatiewet medio februari 2018 is

toegezegd uw Kamer na de zomer van dit jaar nader te informeren over de

voortgang van programma «Matchen op werk», waaronder de voortgang op

het subproject uitwisseling matchingsgegevens UWV en gemeenten om tot

een transparant regionaal bestand van werkzoekenden te komen.

Vraag 11

Hoe kijkt u in dat verband aan tegen het voorstel, zoals aan de orde gesteld

in het algemeen overleg Leven Lang Leren, om tot een generieke «werk-APK»

te komen voor mensen die op dit moment langs te kant staan?

Antwoord 11

Het voorstel maakt inmiddels onderdeel uit van de aangenomen motieWiersma/Diertens[6]

. Zoals tijdens het VAO Leven Lang Leren op 28 maart jl.

aangegeven, vinden we het van belang dat er een goede ondersteuningsstructuur

is voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers. Inzicht in kennis,

kunde en ontwikkelpotentieel zijn belangrijk voor de aansluiting op de

arbeidsmarkt. Het is belangrijk dat werkenden, werkzoekenden en werkgevers

daar zelf mee aan de slag gaan, maar ook onderwijsinstellingen en andere

stakeholders in de regio hebben een rol. Onder andere het UWV, de

leer-werkloketten en de SBB geven momenteel informatie en advies over

zowel de arbeidsmarkt als loopbaan. Bovendien hebben we in december 2017

subsidie beschikbaar gesteld voor de werkenden die 45 jaar of ouder zijn om

een persoonlijk loopbaanadvies te krijgen en daarbij een beter beeld te

krijgen van hun situatie op de arbeidsmarkt en de kans op een vervolgbaan.

Samen met een coach wordt bepaald met welke stappen zij gezond en

werkend de pensioenleeftijd te halen. Dit initiatief onderschrijft tevens het

belang dat u aangeeft van het in vraag 7 genoemde ontwikkeladvies.

Om een stap te kunnen zetten naar een doorbraak in de leercultuur is het van

belang dat we kijken naar wat wel en niet werkt, om op basis van experimenten

en de ervaringen in de praktijk te leren. Daarom willen we graag

bestaande initiatieven volgen en nieuwe pilots in enkele arbeidsmarktregio’s

zoals succesvolle aanpakken van leer-werkloketten een zetje in de goede

richting geven. Dat sluit ook aan bij de aangenomen motie-Heerma/Van

Weyenberg[7] bij de begrotingsbehandeling over de regionale initiatieven.



[1] Kamerstuk 29 544, nr. 779; Kamerstuk 29 544, nr. 807; Kamerstuk 34 352, nr. 76

[2] Kenmerk 34 775 XV, nr. 56.

[3] Voortgangsbrief sectorplannen en Doorstart-maatregelen van 5 december 2016, zie Kamerstuk 33 566, nr. 96

[4] Kamerstuk 34 352, nr. 76

[5] Kamerstuk 34 352, nr. 76

[6] Kamerstuk 30 012, nr. 79

[7] Kamerstuk 34 775, nr. 48


contact: info@tweedemonitor.nl of @tweedemonitor